Wednesday, 4 September 2013

5/9/2013

Thailand 5/9/2013

Lieve mensen,

Inmiddels ben ik vijf dagen in Thailand. Vrijdagavond zijn we met een groep van negentien aangekomen op het vliegveld van Bangkok, waar ik nog niet echt onder de indruk was van mijn nieuwe thuisland. Veel te veel grote Samsung-televisies, meer Engels dan Thai en een veel te strak gebouw voor zo'n ver land. Het enige dat anders was op het vliegveld was het personeel dat je met een vreemd 'sa-wad-die ka' begroette. Na de douane ontmoetten we onze 'reps', de Britten die ons hier een beetje op weg moeten helpen. Leuke mensen, twee gekken die na hun Project Trust-jaar in Thailand zijn blijven hangen.

Dan met de taxi naar ons hotel. De weg was veel te netjes, er werd reclame gemaakt met Engelse voetbalteams en de enige gebouwen die we zagen waren torenhoge wolkenkrabbers. Geen greintje anders dan een grote stad in het Westen.

Bij het hotel zaten we eindelijk op een leuk plekje waar we meer van het echte Bangkok konden zien. Hoewel aan de overkant van de straat een Amerikaanse 7-Eleven zat, was het buurtje eromheen mooi. Niet te vermijden zijn de elektriciteitskabels, die in bossen van duizend boven alle straten hangen. De mensen in de winkeltjes lachen de hele tijd en zijn ook best aardig tegen de 'farang' – de buitenlander.

Hier begon ook het constant aangekeken worden, en andere dingen die we niet gewend waren. Koude douches, de 'wai'-groet (buigen met je handen tegen elkaar aan), de geur, het eten. Je wordt niet begrepen, zelfs niet met gebaren omdat die helemaal anders zijn voor Thaise mensen. Ook intonatie is onbegrijpelijk, want Thai is een toontaal. Als je praat hebben ze dus geen idee of je een vraag stelt, of dank je wel wil zeggen, of boos bent. Dat laatste kan trouwens absoluut niet: je word geacht niet anders te doen dan lachen.

Na een nacht in het hotel zijn we met de groep naar een groot warenhuis gegaan, waar ik een camera heb gekocht, we allemaal een mobieltje hebben gehaald (een degelijk Nokiaatje, geen Whatsapp-onzin) en waar we een noedelsoepje hebben gegeten. Toen we klaar waren zijn we doorgegaan naar een reusachtig gebouw waar onder andere Parijs, Londen en Tokyo in authentiek Thais plastic waren nagebouwd, voor de buitenlandse snob die kleren te goedkoop vindt in Thailand.

's Avonds hebben we bovenop een wolkenkrabber een biertje gedronken, met mooi uitzicht op Bangkok. Onder andere lichtjes die samen 'long live the King' maken tussen al die hoge gebouwen. De kroeg was de hipste tent die ik ooit heb gezien: alles Apple-wit met een DJ die vinylplaatjes speelde en een bandje dat Earth, wind & fire deed.

Maar Bangkok is een heel ander Thailand dan waar Tom - mijn leraarpartner - en ik les gaan geven: tussen de rijstvelden in het Noordoosten. 's Nachts reden we met de bus naar de stad Ubon Ratchathani, waar we werden opgehaald door onze gastvrouw die ons richting de school reed. Daar kwamen we bij ons gastgezin. Er wordt geen Engels gesproken. Het eerste dat ons wordt laten zien is de badkamer: een ton regenwater met een bakje om je te wassen, en een WC die je moet doorspoelen met datzelfde water.

De eerste dag werden we meegenomen om naar de vissen te gaan kijken: katvissen en karpers van een halve meter lang. Onze gastheer stopt doodleuk zijn hand even in het water om ze eens te voelen en wordt gebeten, maar lacht erom. Ik was nog paranoïde als een gek voor al die beesten.

Toen we 's middags terug waren hebben we onze jetlag uitgeslapen. Om acht uur zijn we even wakker geworden om te eten, maar daarna zijn we meteen weer in bed gaan liggen. Het eten is trouwens zo lekker dat je dat pas kan begrijpen als je het zelf hebt gehad. Je merkt hoeveel beter het is als de vis net pas is gevangen en de kruiden uit de streek komen.

De tweede dag bij het gastgezin zijn we naar school gegaan om te werken. 's Morgens komt de hele school bij elkaar op het plein, waar de ongeveer tweeduizend studenten een half uur op de grond in de hitte moeten zitten om de woorden van de directeur aan te horen. Wij mochten ons voorstellen, maar later bleek dat we dat in een beetje te ingewikkeld Engels hadden gedaan. De studenten konden eigenlijk niet veel meer dan 'good morning teacher' en 'teacher, what your name?'. Gelukkig ontmoetten we in ons kantoor ook twee Chinese vrijwilligers en een meisje uit Bhutan, waar we een beetje in het Engels mee kunnen kletsen. Dat mis je verder wel, want zelfs de leraren die Engels geven spreken dat eigenlijk nauwelijks.

Petcharat, onze gastvrouw op school waar we wel prima mee kunnen praten, nam ons 's middags mee naar de klas om wat les te geven. De studenten vonden het nogal spannend om ons te zien, dus die waren zo druk als weet ik het wat. Uiteindelijk stelden ze ons een paar vragen, waaronder 'teacher, do you have girlfriend' en 'teacher, I love you', waarna ze allemaal ondeugend begonnen te lachen. Daar hoor je op te reageren met een nog grotere lach, zodat ze het nooit leren. Eén groot zooitje, ik voel me als een vis in het water.

Inmiddels hebben we al wat meer lesgegeven, en helaas zijn er ook rustigere klassen. Misschien ga ik dat later in het jaar wel wat meer waarderen.

Er zijn nog een hele hoop dingen die ik niet heb opgeschreven, want er gebeurt te veel in het begin. Het is me in ieder geval nog geen moment tegengevallen: de mensen zijn leuk, de studenten zijn hilarisch en het is vooral niet te serieus allemaal.

Volgende blog: coming soon!




Zoiets dat je dan vergeet: ik ben ook nog jarig geweest. Dat was de eerste dag in het gastgezin, dus veel meer dan slapen heb ik toen niet gedaan en ik was het op de dag zelf ook vergeten. Ik heb wel een poepsjiek zakmes van mijn ouders gekregen, waarvoor dank!

1 comment: